Wat voor opvang dit is
Bloei Kinderdagverblijf is een zelfstandig kinderdagverblijf, dat is gesubsidieerd voor het aanbieden van voorschoolse educatie.
Het kinderdagverblijf is in het Landelijk Register Kinderopvang geregistreerd voor 30
kindplaatsen en biedt opvang aan kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar. De opvang vindt plaats in twee
stamgroepen:
Het kinderdagverblijf is gehuisvest in een eigen gebouw en heeft de beschikking over twee stamgroepsruimtes, een extra speelruimte en een aangrenzende buitenruimte.
Beschrijving uit het inspectierapport van GGD Hart voor Brabant.
Laatste inspectie · 16 juni 2026
De GGD toetste 49 van de 110 voorwaarden. 3 daarvan waren niet in orde.
Dit onderzoek toetste 49 van de 110 voorwaarden. Het zwaartepunt lag bij personeel en groepen (20 van 25) en veiligheid en gezondheid (12 van 17). Het pedagogische deel kreeg 13 van 34; informatie aan ouders slechts 3 van 18.
Er waren drie punten niet in orde. Bij het peuterprogramma werd niet altijd volgens het beleid samengevoegd, zodat kinderen volgens vaste afspraken worden opgevangen. Het beleid legde niet uit hoe kinderen wennen aan een nieuwe groep, zodat de overgang rustig verloopt. Grote veiligheids- en gezondheidsrisico’s waren niet concreet beschreven, zodat medewerkers weten waarop zij letten.
Registratie en administratie is dit jaar helemaal niet bekeken.
Wat is er precies gekeurd
Elk blokje is een wettelijke voorwaarde. De GGD keurt niet elk jaar alles: bij locaties zonder zorgen kijkt de inspecteur op minder punten. Lege blokjes zijn dus niet beoordeeld, niet afgekeurd.
Voldoet Voldoet niet Niet beoordeeld
Tik of klik op een blokje om te lezen welke voorwaarde het is.
Wij geven bewust geen rapportcijfer. De GGD werkt risicogestuurd en toetst lang niet elk jaar alle voorwaarden, dus nul afkeuringen kan ook betekenen dat er licht is gekeurd. Het aantal beoordeelde voorwaarden hoort er daarom altijd bij.
Registratie
Officiële gegevens
- LRK-nummer
- 396838728
- Geregistreerd sinds
- 1 januari 2010
- Vestigingsnummer KvK
- 000064552160
- Voorschoolse educatie
- Ja
Deze locatie staat in het Landelijk Register Kinderopvang, wat betekent dat je er recht hebt op kinderopvangtoeslag. Registratie zegt niets over de uitkomst van de laatste inspectie; die staat hierboven. Controleer in het register.
Reactie van de opvang zelf
Zienswijze van de houder
De opvang mag op het inspectierapport reageren. Deze tekst is van de houder, niet van ons en niet van de GGD.
Zienswijze conceptrapport Bloei Kinderdagverblijf
Datum: 21 juli 2026
Inspectiebezoek: 16 juni 2026
Met deze zienswijze reageren wij op het concept inspectierapport dat is opgesteld naar aanleiding van het incidentele onderzoek bij Bloei Kinderdagverblijf op 16 juni 2026. Deze zienswijze is opgesteld door onze interne pedagoge en pedagogisch coach- en beleidsmedewerker die ook meewerkend zijn op de groepen. De interne pedagoge is in het bezit van een toezichthouder Wet Kinderopvang certificaat en de pedagogisch coach- en beleidsmedewerker heeft jarenlange ervaring in het vak.
Hoewel wij het belang van toezicht en kwaliteitsbewaking erkennen, herkennen wij ons niet in het geschetste beeld. Het rapport is naar onze mening eenzijdig, onvolledig en op meerdere punten feitelijk onjuist. De verslaglegging laat geen ruimte voor nuance, pedagogisch inzicht of de dagelijkse context waarin opvang plaatsvindt. Positieve aspecten worden niet beschreven en professionele afwegingen worden niet meegewogen, wat in het geheel een subjectieve werkelijkheid schetst.
Wij lichten onze reactie per onderdeel toe, voorafgegaan door een toelichting op onze pedagogische visie.
Pedagogisch beleid
Het wenbeleid van Bloei voldoet aan de wettelijke eisen uit de Wet Kinderopvang en de onderliggende kwaliteitseisen, omdat in het pedagogisch beleidsplan voldoende wordt beschreven op welke wijze kinderen en ouders worden begeleid tijdens de overgang naar de kinderopvang en hoe de emotionele veiligheid van het kind wordt gewaarborgd.
Binnen het wenbeleid van Bloei wordt voorafgaand aan de plaatsing een intakegesprek gevoerd, waarbij informatie wordt verzameld over de individuele behoeften, gewoonten en verzorging van het kind. Hierdoor kunnen pedagogisch professionals aansluiten bij de thuissituatie en de behoeften van het individuele kind.
Daarnaast is beschreven dat er sprake is van een geleidelijke opbouw van de opvang door middel van wenmomenten, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van zowel het kind als de ouder. Er wordt expliciet vermeld dat, indien nodig, aanvullende wenmomenten kunnen worden ingezet. Hiermee wordt invulling gegeven aan een zorgvuldige overgang naar de opvangsituatie.
Verder blijkt uit het beleid dat tijdens het wennen wordt ingezet op het opbouwen van een vertrouwensrelatie tussen kind, ouders en pedagogisch professionals. Ook wordt gebruikgemaakt van vaste pedagogisch professionals, herkenbare rituelen, communicatie met ouders en een geleidelijke kennismaking met de groep en de omgeving. Deze elementen dragen aantoonbaar bij aan het bieden van emotionele veiligheid, hetgeen één van de vier wettelijke pedagogische basisdoelen vormt.
De Wet Kinderopvang vereist niet dat een houder afzonderlijk en gedetailleerd verantwoordt welke concrete sociaal-emotionele handelingen pedagogisch professionals uitvoeren tijdens het wennen. Het is voldoende dat uit het pedagogisch beleidsplan blijkt op welke wijze de organisatie de emotionele veiligheid van het kind bevordert en hoe het wenproces organisatorisch en pedagogisch is vormgegeven. Het huidige onderdeel "Wennen" van Bloei geeft hier reeds voldoende invulling aan.
Naar aanleiding van de feedback van de toezichthouder hebben wij ons wenbeleid kritisch geëvalueerd en op meerdere onderdelen uitgebreid en verduidelijkt. Waar voorheen sprake was van een algemeen beschreven wenbeleid, hebben wij dit inmiddels nader uitgewerkt in drie afzonderlijke onderdelen: het externe wenbeleid voor nieuwe plaatsingen, het interne wenbeleid voor de jongste groep en het interne wenbeleid voor de oudere groep en de doorstroom tussen de groepen. Hiermee hebben wij beoogd om voor ouders, medewerkers en toezichthouders nog duidelijker inzichtelijk te maken hoe de overgang naar de opvang en de interne overgangen binnen Bloei verlopen.
Wij hebben de ontvangen feedback van de toezichthouder serieus genomen en deze benut om ons wenbeleid verder uit te breiden en concreter te beschrijven. Tegelijkertijd zijn wij van mening dat ons oorspronkelijke beleid reeds voldeed aan de eisen van de Wet Kinderopvang. De wet verlangt dat wordt beschreven op welke wijze de emotionele veiligheid van kinderen wordt gewaarborgd en hoe de wenprocedure organisatorisch en pedagogisch is vormgegeven. Daarbij is niet wettelijk voorgeschreven dat iedere afzonderlijke pedagogische handeling of interventie tot in detail moet worden uitgewerkt.
In de praktijk wordt de emotionele veiligheid van een nieuw kind op verschillende manieren gewaarborgd. Tijdens de intake wordt uitgebreid met ouders besproken wat een kind nodig heeft om zich veilig en vertrouwd te voelen, welke gewoontes het heeft en wat het prettig vindt. Indien gewenst mag een kind een vertrouwd voorwerp, zoals een knuffel, meenemen van huis. Daarnaast krijgen ouders de gelegenheid om tijdens het wenmoment gedurende ongeveer een half uur op de groep aanwezig te blijven, zodat het kind geleidelijk kan wennen aan de nieuwe omgeving en de overgang van thuis naar de opvang zo rustig mogelijk verloopt. Gedurende de wenperiode sluiten onze pedagogisch professionals zoveel mogelijk aan bij de individuele behoeften en signalen van het kind.
Deze werkwijze werd reeds binnen onze organisatie toegepast. Naar aanleiding van de feedback hebben wij deze praktijk uitgebreider vastgelegd in ons beleid, zodat nog duidelijker zichtbaar is hoe wij invulling geven aan de emotionele veiligheid van nieuwe kinderen tijdens de wenperiode.
In ons huidige wenbeleid is voldoende inzichtelijk op welke wijze Bloei kinderen en ouders begeleidt tijdens de overgang naar de kinderopvang en hoe rekening wordt gehouden met de individuele behoeften van het kind. Daarmee is voldaan aan de wettelijke eisen die aan het pedagogisch beleidsplan worden gesteld.
We beschrijven hiermee voldoende hoe de emotionele veiligheid van kinderen tijdens de wenperiode wordt gewaarborgd. Een nadere uitwerking van individuele pedagogische handelingen op sociaal-emotioneel vlak is op grond van de Wet Kinderopvang niet vereist.
Veiligheid en gezondheidsbeleid
Een tweede onderdeel waarop wij een handhavingsmaatregel hebben ontvangen, betreft de wijze waarop binnen ons veiligheids- en gezondheidsbeleid bepaalde risico's zijn geclassificeerd als kleine of grote risico's.
Binnen Bloei Kinderdagverblijf hanteren wij een systematische en professionele risicoafweging, conform de uitgangspunten van de Wet Kinderopvang en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang (IKK). Bij iedere situatie beoordelen wij niet uitsluitend de ernst van de mogelijke gevolgen, maar juist de combinatie van de kans dat een incident zich voordoet, de mogelijke impact en de preventieve beheersmaatregelen die binnen onze organisatie zijn getroffen. Deze risicogerichte benadering sluit aan bij de bedoeling van de wetgever, waarbij houders de ruimte krijgen om risico's op professionele wijze te inventariseren, te beoordelen en passende maatregelen te treffen.
Wanneer in ons beleid een situatie als een klein risico is aangemerkt, betekent dit nadrukkelijk niet dat wij de mogelijke gevolgen bagatelliseren. Integendeel: wij erkennen dat sommige incidenten, hoewel de kans daarop zeer gering is, grote gevolgen kunnen hebben. Tijdens het inspectiebezoek hebben wij dit ook uitgebreid toegelicht aan de toezichthouder. Onze classificatie is uitsluitend gebaseerd op de kans dat een incident zich voordoet, mede gelet op de uitgebreide preventieve maatregelen die wij hebben genomen om dergelijke situaties te voorkomen.
Binnen onze organisatie worden risico's continu gemonitord en geëvalueerd. Wij werken met duidelijke werkafspraken, vaste protocollen, geschoolde pedagogisch professionals, periodieke evaluaties en de Risicomonitor Kinderopvang. Daarnaast worden veiligheidsmaatregelen dagelijks toegepast en controleren medewerkers elkaar actief op de naleving van de gemaakte afspraken. Juist deze combinatie van preventieve maatregelen maakt dat de kans op het ontstaan van bepaalde incidenten binnen onze organisatie zeer klein is.
Tijdens het inspectiebezoek hebben wij onze werkwijze en de onderliggende risicoafweging uitvoerig toegelicht.
Tot onze verbazing zien wij deze inhoudelijke onderbouwing niet terug in het inspectierapport. Evenmin wordt inzichtelijk gemaakt waarom onze professionele risicoafweging niet zou voldoen aan de wettelijke eisen of op welke objectieve beoordelingscriteria deze is afgewezen. Hierdoor blijft voor ons onduidelijk waarom direct is gekozen voor een handhavingsmaatregel, terwijl wij aantoonbaar beschikken over een zorgvuldig en zeer uitgebreid opgesteld veiligheids- en gezondheidsbeleid waarin risico's worden geïnventariseerd, beoordeeld en beheerst.
Daarnaast ervaren wij dat de gehanteerde beoordelingsmaatstaf in ons geval aanzienlijk strenger lijkt dan bij andere kinderopvangorganisaties. Bij bestudering van veiligheids- en gezondheidsbeleidsplannen van andere organisaties zien wij vergelijkbare of gelijksoortige risicoafwegingen, zonder dat deze aanleiding hebben gegeven tot handhavend optreden. Hoewel iedere organisatie afzonderlijk wordt beoordeeld, roept dit bij ons vragen op over de uniformiteit van de toepassing van het toezicht en de wijze waarop de wettelijke beoordelingsruimte wordt ingevuld. Dit wekt bij ons de indruk dat niet in alle gevallen dezelfde beoordelingsmaatstaf wordt gehanteerd.
Deze ervaring raakt ons des te meer omdat wij Bloei Kinderdagverblijf hebben overgenomen met de nadrukkelijke intentie om een nieuwe start te maken en de kwaliteit van de opvang verder te ontwikkelen. Sinds de overname hebben wij veel geïnvesteerd in beleid, deskundigheidsbevordering, kwaliteitsverbetering en samenwerking met de toezichthouder. Wij hebben steeds openheid van zaken gegeven, vragen beantwoord en verbeterpunten direct opgepakt. Desondanks ervaren wij dat de ruimte om vanuit deze nieuwe situatie te laten zien hoe wij kwaliteit borgen, beperkt lijkt te zijn. Dat is voor ons teleurstellend en demotiverend voor professionals juist omdat wij ons maximaal inzetten om te voldoen aan zowel de letter als de geest van de Wet Kinderopvang.
Wij verzoeken u daarom dit onderdeel van de beoordeling opnieuw te beoordelen en daarbij expliciet onze professionele risicoafweging, de getroffen beheersmaatregelen en de beoordelingsruimte die de wet aan houders biedt te betrekken. Tevens verzoeken wij inzichtelijk te maken op grond van welke wettelijke bepaling, objectieve beoordelingsnorm of inhoudelijke motivering onze risicoafweging niet aan de wettelijke eisen zou voldoen en waarom in dit geval een handhavingsmaatregel noodzakelijk werd geacht.
Samenvoegen
In het rapport wordt gesteld dat het beleid rondom het samenvoegen van groepen niet overeenkomt met de praktijk. Wij herkennen ons slechts gedeeltelijk in deze conclusie.
In de praktijk worden de groepen in de ochtend gedurende een half uur samengevoegd, waarbij de VE-groep op de Leliesgroep wordt opgevangen. Deze werkwijze is opgenomen in de VE-weekroosters en is daarnaast ook mondeling toegelicht tijdens het inspectiebezoek.
Wij erkennen dat de formulering 'met uitzondering van de VE-dagen' in het beleid verwarring kan oproepen. Om iedere onduidelijkheid weg te nemen, zullen wij deze passage uit het beleid verwijderen, zodat de tekst volledig aansluit bij de werkwijze in de praktijk.
Wij vinden het echter merkwaardig en bijzonder dat deze onduidelijkheid aanleiding is voor een handhavingsmaatregel. De praktijk is steeds helder toegelicht en komt overeen met de wijze waarop daadwerkelijk wordt gewerkt. Het betreft uitsluitend een tekstuele onduidelijkheid in het beleid, die eenvoudig kan worden hersteld.
Daarnaast is in het beleid opgenomen dat samenvoegen plaatsvindt aan de randen van de dag. Dit onderdeel sluit juist aan bij onze dagelijkse werkwijze, maar lijkt in de beoordeling niet te zijn meegewogen. Gelet op de beperkte aard van de geconstateerde onduidelijkheid en het feit dat deze direct wordt aangepast, achten wij een handhavingsmaatregel niet in verhouding tot de situatie.
Afsluitende beschouwing
Bloei Kinderdagverblijf onderschrijft volledig het belang van toezicht op de kwaliteit, veiligheid en gezondheid binnen de kinderopvang. Wij investeren structureel in deskundigheidsbevordering, evaluatie, interne controle en het actueel houden van ons beleid. Binnen onze organisatie beschikken wij over ruime kennis en ervaring op het gebied van wet- en regelgeving, risicobeheersing en de praktische uitvoering van veilige en gezonde kinderopvang.
Tegelijkertijd constateren wij dat de interpretatie van de wettelijke kaders en de toepassing daarvan in de toezichtpraktijk niet altijd consistent zijn. In de praktijk ervaren wij dat beoordelingen en interpretaties van risico's kunnen verschillen per toezichthouder of in de tijd kunnen wijzigen, terwijl de onderliggende wet- en regelgeving ongewijzigd is gebleven. Dit leidt tot onduidelijkheid en onzekerheid over de wijze waarop kinderopvangorganisaties invulling dienen te geven aan hun wettelijke verantwoordelijkheden.
De Wet Kinderopvang en de Wet Innovatie en Kwaliteit Kinderopvang bieden houders bewust ruimte voor een
eigen professionele risicoafweging, passend bij de specifieke opvangsituatie en gebaseerd op deskundigheid, praktijkervaring, evaluatie en branche-inzichten. Bloei Kinderdagverblijf maakt gebruik van erkende instrumenten, waaronder de Risicomonitor Kinderopvang, branche-informatie en periodieke interne evaluaties, om risico's zorgvuldig te inventariseren, te beoordelen en te classificeren.
Op donderdag 2 juli hebben wij gezamenlijk een Teams-gesprek gevoerd, waarin wij onze werkwijze hebben toegelicht. Wat ons tijdens dit gesprek direct opviel, is dat er nauwelijks inhoudelijke vragen werden gesteld over onze werkwijze. Wij hebben dit tijdens het gesprek ook letterlijk benoemd en gevraagd waarom er niets aan ons werd gevraagd over de manier waarop wij in de praktijk werken. Dat vonden en vinden wij opmerkelijk. Er wordt gesproken over het voeren van een dialoog en het betrekken van onze inbreng, maar daar is naar onze mening feitelijk geen sprake van geweest. Onze werkwijze is onvoldoende uitgevraagd en onze toelichting is niet daadwerkelijk meegenomen in de beoordeling. Het besluit tot handhaving stond immers al vast.
Dat roept bij ons een fundamentele vraag op: hoe kan er sprake zijn van een zorgvuldige en inhoudelijke beoordeling wanneer het besluit tot handhaving al vaststaat, terwijl onze werkwijze niet eerst volledig is uitgevraagd en onze inhoudelijke toelichting niet daadwerkelijk in de beoordeling is betrokken?
Dit is naar onze mening niet hoe een zorgvuldige dialoog behoort te verlopen en staat haaks op het uitgangspunt van de nieuwe inspectiewijze, waarin juist de dialoog en het gesprek over de praktijk centraal zouden moeten staan. Een dialoog kan niet uitsluitend bestaan uit het mededelen of toelichten van een reeds ingenomen standpunt. Er moet daadwerkelijk ruimte zijn om vragen te stellen, onze werkwijze te begrijpen, onze toelichting inhoudelijk te wegen en deze mee te nemen voordat conclusies worden getrokken en besluiten worden genomen.
Wij kunnen ons daarom niet vinden in de wijze waarop dit proces is verlopen. Wanneer het besluit tot handhaving al vaststaat zonder dat onze werkwijze volledig is uitgevraagd en zonder dat onze inhoudelijke inbreng daadwerkelijk is meegewogen, is er naar onze mening geen sprake van een daadwerkelijke dialoog.
Wij verzoeken jullie dan ook concreet toe te lichten hoe deze gang van zaken zich verhoudt tot de nieuwe inspectiewijze en het daarin centraal gestelde uitgangspunt van dialoog. Daarnaast vernemen wij graag op welk moment wij daadwerkelijk de gelegenheid hebben gekregen om onze werkwijze inhoudelijk toe te lichten vóórdat het besluit tot handhaving werd genomen, en op welke wijze die inbreng vervolgens aantoonbaar is meegewogen.
Bloei Kinderdagverblijf verwacht daarom dat professionele en onderbouwde risicoafwegingen, die zijn gebaseerd op wetgeving, erkende branche-instrumenten, interne kwaliteitsborging en aantoonbare deskundigheid, als uitgangspunt worden gerespecteerd. Alleen op die manier kan op een werkbare en effectieve wijze invulling worden gegeven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid voor kwalitatief hoogwaardige, veilige en gezonde kinderopvang.
Gemeente Tilburg
Hoe krap is het hier
Tilburg zit duidelijk krapper dan het Nederlandse midden. Schrijf op tijd in en bij meerdere locaties tegelijk. Binnen de gemeente loopt het uiteen van 4,8 tot 45,7 per wijk.
In Tilburg wonen 30.880 kinderen tot 15 jaar. Er zijn 584 geregistreerde kindplaatsen, dagopvang en buitenschoolse opvang bij elkaar.
Kinderaantallen komen van het CBS, kindplaatsen uit het Landelijk Register Kinderopvang. Dit is het gemiddelde over de hele gemeente; per wijk kan het flink verschillen. Het is een indicatie van de druk, geen wachtlijst: niet elk kind gaat naar de opvang, en niet elke plaats is voor elke leeftijd geschikt.
Van ouders zelf
Wachttijd, tarief en personeel
Nog te weinig meldingen om iets te laten zien. Wij tonen ouderervaringen pas vanaf 5 meldingen, zodat één enkele ervaring niet het beeld bepaalt.
Deel je ervaring